De financiële krediet crisis

de financiële crisis

We weten inmiddels wat een verzekering precies inhoudt en hoe een verzekering wordt afgesloten. Daarnaast heb ik een aantal aanbevelingen gegeven met betrekking tot het kiezen van verzekering. Daarna hebben we het gehad over verzekeringskosten, verzekeringen oversluiten,  herverzekeren, moral hazard en verzekeringsfraude. We gaan nu kijken naar een echte verzekeringsmaatschappij en nemen de financiële crisis als invalshoek.

Over de kredietcrisis

De kredietcrisis is ontstaan in Amerika.  Hypothekers verstrekten daar de zogenaamde sub-prime hypotheken voor mensen die niet zo rijk waren. Voor dit soort hypotheken was de rente laag, zodat deze mensen het zich toch konden veroorloven om een hypotheek te nemen. Maar in 2007 steeg de rente, waardoor veel van deze mensen betalingsachterstanden opliepen. Daardoor moesten veel mensen hun woning te koop zetten. Doordat er meer aanbod aan woningen kwam dan er werkelijk gevraagd werd, stortte de huizenmarkt in. Daardoor waren de onderpanden voor de financiële instellingen minder waard geworden. Daarom leden dit soort hypotheekverstrekkers grote verliezen. Zij waren echter niet de enige die in de problemen zaten, want deze hypotheken werden doorverkocht aan banken wereldwijd. Daardoor kwamen zij ook in de problemen terecht.  De aandelenkoersen van financiële instellingen kwamen als gevolg hiervan onder druk te staan.  Het onderlinge vertrouwen tussen banken verdween en banken durfden elkaar geen geld meer te lenen. Sommige financiële instellingen konden hun financiële verplichtingen daarom niet meer nakomen en gingen failliet.

Crisis in de verzekeringswereld

De kredietcrisis heeft ook de verzekeringssector geraakt. Daardoor zijn bijvoorbeeld de omzet en winst gedaald. Dat komt doordat consumenten door de kredietcrisis minder konden kopen. Door deze terugval in de effectieve vraag, dat is de vraag die werkelijk geconsumeerd wordt, werden ook minder verzekeringen afgesloten. Mensen kochten bijvoorbeeld minder auto’s en dus werden er automatisch minder autoverzekeringen verkocht. Reisverzekeringen, levensverzekeringen en transportverzekeringen werden tijdens slechte economische periodes opgezegd in tegenstelling tot een inboedelverzekering die meer als een primaire behoefte gezien wordt. Niet alleen hierdoor daalden de omzet en winsten, maar ook doordat de rentestanden werden verlaagd. Verzekeringsmaatschappijen beloven bijvoorbeeld voor beleggingsverzekeringen een minimum rendement. Als het werkelijke rendement lager is, maakt de verzekeraar verlies. Daarnaast beleggen verzekeraars het geld dat zij van hun verzekerden krijgen in de vorm van premies. Verzekeringsmaatschappijen worden daarom ook institutionele beleggers genoemd. Zij hebben grote sommen geld ter beschikking die zij beleggen in bijvoorbeeld aandelen. Als door de crisis aandelen van een bedrijf minder waard worden, dan maakt de verzekeringsmaatschappij verlies.

 

Staatssteun

Dit heeft ertoe geleid dat sommige verzekeringsbedrijven in de problemen waren geraakt.  Dat kwam omdat kredietbeoordelaars strenge eisen stelden aan de financiële situatie van bedrijven. Een kredietbeoordelaar is een bedrijf dat beoordeelt in hoeverre een bedrijf in staat is om haar financiële verplichtingen na te komen. Dat heet ook wel kredietwaardigheid. Een kredietbeoordelaar beoordeelt dus of een bedrijf kredietwaardig is. De kredietwaardigheid wordt uitgedrukt in een cijfer van A, het hoogste tot D, het laagste. Zo’n rating is belangrijk, omdat deze voor een groot gedeelte bepaalt hoe hoog de rente is op een lening. Hoe slechter de kredietwaardigheid is en dus hoe groter de kans is dat een bedrijf zich niet aan haar financiële verplichtingen kan voldoen, des te hoger is de rente op een lening. Als gevolg van strengere eisen, zouden verzekeringsmaatschappijen een lager ‘cijfer’ krijgen. Daarom greep de overheid in met staatssteun.  Aegon kreeg bijvoorbeeld 3 miljard euro staatssteun en SNS Reaal 750 miljoen euro. Aegon heeft al de helft terugbetaald en het resterende gedeelte wordt terugbetaald voor juli 2011. SNS Reaal heeft al 185 miljoen terugbetaald.

Solvabiliteit

Als veel klanten tegelijk hun spaargeld opnemen van de bank, dan levert dat problemen op. Dat geld heeft de bank namelijk grotendeels uitgeleend. Het geld is dus niet direct beschikbaar. Bij beleggings- en lijfrenteverzekeringen gaan verzekeraars met hun cliënten langjarige contracten aan. Dit betekent dat de maatschappij over een langere termijn vaste premie-inkomsten heeft. Hetzelfde geldt voor schadeverzekeringen. Je kunt natuurlijk je verzekeringen ergens anders onderbrengen. Maar dan hoeft de maatschappij die jou als klant verliest, ook niet meer het risico te dragen.

Hoewel de kredietcrisis ook de verzekeringswereld trof, waren de gevolgen ervan niet zo desastreus als bij bijvoorbeeld banken. Als mensen het vertrouwen in een bank verliezen, zullen zij massaal hun spaargeld opnemen. Als veel mensen tegelijk hun spaargeld opnemen, ontstaan er problemen, omdat de bank dat geld niet meer heeft. Dat is namelijk uitgeleend. Dit probleem hebben verzekeringsmaatschappijen bijvoorbeeld niet. Als iemand zijn of haar schadeverzekering opzegt, hoeft de verzekeraar ook geen risico meer te dekken. Daarnaast gaan verzekeraars meestal lange termijn-overeenkomsten aan. Een opstalverzekering wordt bijvoorbeeld afgesloten voor 5 jaar. De verzekeraar is dan vijf jaar lang verzekerd van premie-inkomsten. Het gaat nu ook beter met de verzekeraars. Het CVS (Centrum van Verzekeringsstatistiek) heeft berekend dat de solvabiliteit van de verzekeringsbranche als geheel ruim 250% is. Solvabiliteit geeft aan in hoeverre een verzekeraar haar financiële verplichtingen kan nakomen. Volgens de wet moet iedere verzekeraar een bepaalde solvabiliteit hebben. De verzekerden moeten er natuurlijk wel zeker van kunnen zijn dat een schadeclaim daadwerkelijk uitgekeerd kan worden. De Nederlandsche Bank zorgt ervoor dat iedere verzekeraar dit minimum heeft. Dit minimum kunnen we vaststellen aan 100%. De verzekeringsbranche heeft een solvabiliteit van 250%. Dat is dus 2,5 keer meer dan het wettelijk verplichte.

Toezicht

Daarnaast worden verzekeraars in de gaten gehouden. Dat gebeurt onder andere door de Nederlandsche Bank (DNB). Deze houdt toezicht op de solvabiliteit van de maatschappijen. Daarnaast controleert de DNB of de bestuurders van maatschappijen deskundig en betrouwbaar zijn. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) controleert of de verzekeraars zich houden aan wetten. De verzekeringsmaatschappijen hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarom is toezicht belangrijk, omdat (financiële) problemen met verzekeringsmaatschappijen grote gevolgen heeft voor de samenleving. De toezicht op verzekeraars verkleint de kans dat een verzekeraar failliet gaat. Als een verzekeraar bijna failliet gaat, dan zorgt DNB ervoor dat klanten worden overgedragen aan een gezonde verzekeraar.