Begrippenlijst
|
||
| Een koop/verkoop warbij de klant meteen krijgt wat hij koopt. De verkoper krijgt de betalingen in delen (in termijnbetalingen) Voorbeeld: Een televisie kost € 1200,00. De verkoper stelt voor de televisie te verkopen voor 30 keer een maandelijks bedrag ad € 40,00. De koper krijgt de televisie direct mee. Hij betaalt de termijnen en na de betaling van de laatste termijn is de koper volledig eigenaar. Tot die tijd kan de verkoper de televisie terughalen (als de koper niet (meer) betaalt). |
|
||
| Geleend geld moet worden terugbetaald. Meestal moet men ook een vergoeding betalen voor het lenen, de zogenaamde rente. Betaalt men al of niet in delen het geleende geld terug, dan is een gedeelte van die termijnbetaling voor de rente (=de kosten van het krediet) en een gedeelte is voor de echte terugbetaling van het geleende geld. Voorbeeld: Iemand leent € 10.000,00. Rentepercentage voor de kosten is 12% per jaar. Simpel gerekend dus 1% per maand. De klant betaalt € 200,00 per maand terug. In de eerste maand was de schuld € 10.000,00. De rente(=kosten) was 1%, dus in deze maand € 100,00. Betaalt de klant deze maand € 200,00 dan is de eerste € 100,00 betaling van de kosten. De volgende € 100,00 verlaagt pas de schuld van € 10.000,00. Die laatste € 100,00 is de echte aflossing van de schuld. |
|
||
| Betalen via de bank kun je op vele manieren. Je kunt zelf het initiatief nemen en zelf een opdracht aan de bank geven om over te boeken. Die opdracht kan voor een keer zijn. Je kunt ook bedragen periodiek laten overboeken. Eenmaal overgeboekt is het geld niet meer terug te halen.Je kunt de ontvanger van het geld ook toestemming geven het bedrag van je rekening af te halen (voor een bepaald doel). Dat mag de ontvanger niet zo maar doen. Daar heeft hij toestemming van de banken voor nodig. De ontvanger stuurt na uw toestemming een opdracht naar ZIJN bank om het geld van uw rekening te laten boeken (=incasseren). U heeft er geen omkijken meer naar. Alles gaat voor u automatisch (automatische incasso) Meestal heeft u daarna 30 dagen de tijd om uw geld terug te vragen als u het met de boeking niet eens bent. |
|
||
| Krediet waarbij tussentijds niet wordt afgelost. De klant betaalt alleen rente. Daarnaast belegt de klant in aandelen. Dat kan middels kleinere bedragen per maand. Aan het einde van de looptijd van het krediet moeten de aandelen voldoende waard zijn om het krediet geheel af te lossen. |
|
||
| Een bemiddelaar in kredieten moet iets verdienen. Dat is zijn beloning voor de moeite. Een bemiddelaar in kredieten mag van de wet ALLEEN verdienen aan een provisie die een financieringsmaatschappij of bank aan die persoon geeft. Hij mag GEEN vergoedingen aan de klant vragen en hij mag GEEN vergoedingen van de klant ontvangen. |
|
||
| Het als tussenpersoon regelen van leningen tussen enerzijds de klant en anderzijds de kredietverstrekker |
|
||
| Een betaalkaart is een (pin)pas waarmee iets betaald kan worden. Het is vergelijkbaar met contant betalen, maar nu electronisch. Het geld wordt electronisch van een rekening afgeschreven. Dat kan een gewone betaalrekening zijn, maar ook een kredietrekening.Zodra de bank toestemming geeft om het bedrag in meer dan drie termijn terug te betalen spreken we van een “kredietkaart”. |
|
||
| Afkorting van “Bureau voor Kredietregistratie” te Tiel. Alle leningen in Nederland worden geregistreerd bij dit bureau. Alle kredietverstrekkers zijn bij dit bureau aangesloten. Zij hebben zich verplicht om elke krediet aan te melden. Ook moet de kredietverstrekker het krediet weer afmelden bij het BKR als alles terug betaald is. Betaalt een lener meer dan drie maanden niet, dan wordt achter het betreffende krediet een “a” genoteerd van “achterstand”. Is een lener weer bij met betalen dan komt er een “h” bij te staan. Leningen blijven tot 5 jaar na het einde zichtbaar in dit bestand en dus ook zichtbaar voor alle aangesloten kredietverstrekkers. |
|
||
| Term voor de vermelding van achterstanden bij het BKR te Tiel |
|
||
| Ook: Doorlopend krediet. De lener krijgt de beschikking over een bepaald bedrag. Hij mag zelf steeds weten hoeveel hij opneemt of terugstort. Er wordt afgesproken om een maandelijks bedrag ten gunste van het krediet te betalen. Dat is minimaal de rente. Het rentepercentage is altijd variabel. Dat wil zeggen dat het rentepercentage met de geldmarkt mee stijgt en daalt. De lener betaalt alleen rente over het opgenomen bedrag. Meestal stuurt de financier maandelijks een overzicht aan de lener. |
|
||
| Betaalpas waarbij de klant betaalt op krediet (credit) |
|
||
| Zie ook “betaalkaart”. Kaart waarmee de klant geld van een bankrekening op kan nemen |
|
||
| Zie: continue krediet |
|
||
| Voorbeeld: Rij al in een nieuwe……auto vanaf € 155,00 per maand. Hoe werkt dat? Stel u koopt een auto voor € 35.000,00. U heeft aan eigen geld en (financieringsvrije) inruil € 20.000,00. De restwaarde van de auto is na 4 jaren nog zeker € 15.000,00 (denken we). Uitwerking: Bij het kopen van de auto levert u het eigen geld en de inruil in. U moet dan nog € 35.000,00 – € 20.000,00 = € 15.000,00 bijbetalen. Dit doen we middels een financiering over 4 jaren. De auto wordt in de vier jaren minder waard. We denken dat de auto dan zeker nog € 15.000,00 waard is. Waarom zouden we de schuld van € 15.000,00 eigenlijk aflossen? We sluiten uiteindelijk een financiering waarbij u alleen rente betaalt gedurende 4 jaren. Na 4 jaren kunt u of de auto inleveren of de € 15.000,00 alsnog op tafel leggen. De truc: U bent niet alleen 4 x 12 x € 155,00 per maand (=rente) kwijt, maar ook € 20.000,00 eigen geld. Gemiddeld bent u dan toch nog € 572,00 per maand kwijt aan de auto. Koopt u na afloop een nieuwe auto, dan heeft u geen aanbetaling en dus een forse lening nodig om in dezelfde auto te kunnen rijden. Hoezo goedkoop. |
|
||
| Een lening met effecten (aandelen, obligaties, e.d.) als onderpand. De klant heeft effecten maar heeft geld nodig. De financier leent geld uit. De effecten zijn de zekerheid dat de klant het geleende geld terugbetaald. Dit soort leningen valt niet onder de WCK (zie aldaar) omdat er in dit soort gevallen minder behoefte is aan bescherming van de consument. |
|
||
| Het rentepercentage, uitgedrukt in % per jaar, waarin alle kosten van een lening zijn uitgedrukt. Dit percentage moet verplicht worden vermeldt bij een offerte. Dit percentage is uitstekend geschikt om leningen te vergelijken omdat dit altijd op dezelfde wijze wordt berekend. |
|
||
| Een verkoper verkoopt iets. Stel dat de koper niet direct alles betaalt, maarhij betaalt later en/of in delen. Dan is de onzekerheid voor de verkoper groot. Krijgt hij wel zijn geld? Stel nu dat de koper niet betaalt, dan heeft de verkoper een eigendomsvoorbehoud. Hij mag het goed bij koper weer weghalen (binnen regels natuurlijk) |
|
||
| Geldkrediet is een lening waarbij bij de beoordeling geen rekening is gehouden met het doel van de lening. De klant kan het geld gebruiken waarvoor hij dat wil. Dit in tegenstelling tot een goederenkrediet |
|
||
| Kredietverstrekking waarbij er een directe relatie (qua hoogte, duur en vorm) is met het doel van de investering. Een klant financiert bijvoorbeeld voor een bepaalde auto, een bepaalde computer, etc. Een autofinanciering zal vaak niet langer duren dan 6 jaren. Een computerfinanciering niet langer dan 3 jaren, etc. Zie ook “geldkrediet”. |
|
||
| Iets (een auto, een woning, etc) gebruiken tegen betaling. Huur is gebonden aan wettelijke regels. |
|
||
| Huurkoop is een soort goederenkrediet.(zie aldaar) De koper/lener krijgt de beschikking over iets wat hij wil kopen (auto, computer, etc). Hij betaalt gedurende een afgesproken aantal termijnen een vastgesteld bedrag. Na betaling van de laatste termijn is de koper volledig eigenaar.Betaalt de klant niet, dan worden de reeds betaalde termijn gezien als huurbetalingen. De koper mag datgene wat hij wil kopen dan weer inleveren. Het typische aan een huurkoop ten opzichte van een gewone lening is dat drie personen op het huurkoopcontract tekenen. De verkoper tekent dat hij het goed geleverd en de koopprijs ontvangen heeft. De koper tekent dat hij het goed ontvangen heeft en in termijnen terug zal betalen. De financieringsmaatschappij tekent dat zij de auto juridisch ontvangen heeft, de auto betaald heeft, de auto weer afgeeft aan de koper en voor de betaling een lening geregeld heeft. |
|
||
| Zie “afbetaling” |
|
||
| Koppelverkoop is een verkoop van het ene product met de verplichting dat de klant ook het andere product moet kopen. Bijvoorbeeld: een klant sluit een lening, maar wordt gedwongen om een dure effectenverzekering te kopen of een dure overlijdensrisicoverzekering. Anders krijgt hij de lening niet.Koppelverkoop mag NIET van de wet. |
|
||
| Elke openbare uiting van leverancier, kredietverstrekker en anderen inzake het door hen aangeboden krediet. Een kredietaanbieding behoort te voldoen aan een aantal regels. Een aantal zaken dienen te worden vermeld, zoals: - Het effectieve rentepercentage - Het termijnbedrag - De (fictieve) looptijd - Of de aanbieder een bemiddelaar is of de echte geldgever |
|
||
| Diegene die het geld uitleent |
|
||
| Zie ook creditcard. |
|
||
| De tarieven van kredieten zijn ingedeeld in klassen, verdeeld naar bedrag. Hoe meer krediet u vraagt, hoe goedkoper het wordt. Een fictief voorbeeld: klasse 1: € 2.000,00 – € 5.000,00 rente: 10% klasse 2: € 5.000,00 – € 10.000,00 rente: 9% etc Het kan per maatschappij of per kredietklasse (zie boven) verschillen in welke klasse een grensbedrag valt. Stel: klasse 1 loopt TOT € 5.000,00 en klasse 2 begint VAN EN MET € 5.000,00 Dan betaalt u voor een krediet van € 5.000,00 9%, want dit bedrag valt in klasse 2Stel: klasse 1 loopt TOT EN MET € 5.000,00 en klasse 2 loopt VANAF € 5.000,00 Dan betaalt u voor een krediet van € 5.000,00 10%, want dit bedrag valt in klasse 1. |
|
||
| Diegene die het geld leent (van de ander) |
|
||
| Zie ook “BKR”. Alle kredieten in Nederland worden centraal geregistreerd bij het BKR te Tiel. Zie op internet www.bkr.nl |
|
||
| De rente en kosten die bij een lening berekend worden door de kredietgever |
|
||
| De overheid stelt een maximum tarief vast voor het verstrekken van een lening (WCK-tarief). Een kredietverstrekker mag niet meer kosten rekenen, wel minder. Er zijn niet veel kredietverstrekkers meer die dit maximumtarief rekenen. |
|
||
| Heeft u medegetekend op een financieringscontract, dan bent u medeaansprakelijk voor de correcte terugbetaling. Ook als was de financiering voor de andere persoon die tekende. Het wil niet zeggen dat de bank eerst die ander die tekende aan moet spreken. U bent ook aansprakelijk voor het gehele bedrag van het krediet, net zo lang totdat alles terugbetaald is. |
|
||
| Koop nu uw auto en betaal pas in……. U kent de acties waarschijnlijk wel. Het lijkt allemaal voordeel te hebben. Een half jaar, een jaar geen rente betalen. Voordat u ingaat op zulk een aanbod, moet u een aantal zaken bedenken: 1. U krijgt een krediet. U betaalt weliswaar geen rente, maar u heeft een krediet. 2. Ook dit krediet moet worden terugbetaald. Heeft u het geld beschikbaar aan het einde van de actieperiode? Zo nee, is het kredietaanbod wat op de actie volgt wel zo gunstig? Kunt u wel een goed krediet krijgen? 3. Gratis geld kan nog steeds niet. Wie betaalt de rente? De verkoper! Die kan zijn geld echter ook maar 1 keer uitgeven. Is het dan niet gunstiger om meer korting te vragen dan in te gaan op bovengenoemde actie? |
|
||
| Een krediet kan een onderpand hebben. Dat wil zeggen dat datgene wat gekocht is genoteerd wordt, meestal op het contract, als “verhaalsobject”. Betaalt de kredietnemer niet dan mag de kredietgever het pand opeisen en binnen bepaalde regels verkopen. Dit is geregeld binnen het pandrecht. Meestal is het bezitloos pandrecht; De kredietnemer mag het pand in bezit houden totdat de kredietgever het op mag eisen. Heel soms, bijvoorbeeld bij een ouderwets pandhuis (nog 1 voorbeeld in Amsterdam) geeft de kredietgever het pand meteen af aan de kredietgever ter bewaring. Dit heet dan vuistpand.Ook het verrekenen van de schuld middels pandrecht is aan velen regels gebonden binnen de Wet Consumenten Krediet, bijvoorbeeld: -Alleen datgene wat met het krediet wordt gekocht mag als pand dienen -Alleen bepaalde soorten goederen mogen als onderpand dienen -Zodra een bepaald gedeelte van de schuld is betaald mag het pand niet meer worden verkocht door de kredietgever. |
|
||
| Populaire benaming voor simpelweg een persoonlijke lening of een huurkoop. “Lease” is verder in de wet niet genoemd. Daarom wordt deze naam vaak te pas en te onpas gebruikt. Laat u niet misleiden en lees goed waarvoor u tekent. |
|
||
| Lening met de volgende productkenmerken: - het kredietbedrag wordt in een keer uitbetaald. - vaste periodieke termijnbedragen, meestal maandelijks - vast rentepercentage gedurende de gehele looptijd - vaste looptijd - geen mogelijkheden tussentijds geld van het krediet op te nemen |
|
||
| Lening met als onderpand een verzekeringspolis die waarde heeft. |
|
||
| Apart boekje of folder waarin een kredietverstrekker aangeeft onder welke voorwaarden hij kredieten wil sluiten. |
|
||
| Het percentage van de kredietsom dat gerekend wordt als vergoeding voor het geleende geld. (excl. eventuele kosten). Er is een verschil tussen de nominale en de effectieve rente. Vergelijkt u bij rentepercentages altijd en alleen maar de effectieve rentepercentages per jaar. Hierin zijn alle kosten opgenomen en deze percentages worden allemaal op dezelfde wijze berekend. |
|
||
| Aflossingsvrij doorlopend krediet |
|
||
| Plan de campagne om schulden binnen een gestelde termijn geheel of gedeeltelijk af te lossen. Meestal is er sprake van een noodsituatie. Dit kan particulier geregeld worden, maar er is ook een wettelijke schuldsaneringregel. Deze laatste geeft de particulier de mogelijkheid om binnen 3 jaren uit een uitzichtloze financiële situatie te komen. |
|
||
| Aflossingsvrije lening waarbij u aflost middels een spaarverzekering. De kredietnemer heeft een schuld die hij gedurende de looptijd niet aflost. Hij betaalt alleen rente. De aflossing gebeurt aan het einde van een gekozen looptijd middels een spaarrekening. Maandelijks stort kredietnemer een bepaald bedrag op de spaarrekening, zo dat aan het einde het krediet met het spaargeld afgelost kan worden. Deze leenvorm is niet meer aantrekkelijk. |
|
||
| De periodieke betaling van de klant aan de kredietgever: - ter betaling van de kosten (=rente) en - ter aflossing van het krediet |
|
||
| De totale looptijd van het krediet als er niet meer wordt opgenomen van het krediet, de rente niet verandert en niet extra wordt gestort ten gunste van het krediet.Bij een persoonlijke lening is de theoretische looptijd gelijk aan de in het financieringscontract genoemde looptijd. Er veranderd tenslotte niets. Bij een doorlopend krediet kan de looptijd wel veranderen doordat er tussendoor wel heel veel kan veranderen en dus ook de looptijd. |
|
||
| Een krediet heeft of een vaste rente gedurende de looptijd, of een variabele (=wisselende) rente. Indien u geen bezwaar heeft tegen een variabele rente, kies dan uit deze vormen. Voordelen: – deze leenvormen zijn boetevrij aflosbaar – meestal zijn de rentes bij de start lager dan bij leenvormen met vaste rente – de rente kan met de marktrente meestijgen of dalen. – behalve bij aflossingsvrij doorlopend krediet, blijven voor de andere leenvormen de termijnbedragen steeds gelijk. Nadeel: – door een mogelijk stijgende rente kan het krediet per saldo duurder worden. |
|
||
| Zie ook met variabele rente. Voordeel: Kiest u voor een leenvorm met vaste rente dan weet u exact: - hoeveel maandbedragen u in totaal betaalt voor de lening - hoe hoog de termijnbedragen zijn. Die zijn vast gedurende de gehele periodeNadeel: - In het algemeen zijn de rentes voor leningen met een vaste rente iets hoger dan rentes bij leningen met variabele rente - Leningen met vaste rente zijn beperkt boetevrij vervroegd aflosbaar. |
|
||
| Het eerder dan afgesproken betalen van een of meer termijnbetalingen |
|
||
| afkorting voor de Wet Consumenten Krediet. De wet ondervangt het gebruik van woekerrentes en beschermt de allerzwakste. In de wet staan veel regels ter bescherming van de consument. Er zijn echter nog steeds veel kredieten die buiten deze wet vallen. Enkele daarvan zijn: - hypothecair krediet - krediet op basis van effecten - krediet op basis van verzekeringen |
|
||
| Afkorting voor de Wet Persoons Registratie. Deze wet gaat over in de Wet Bewerking Persoonsgegevens. Het stelt regels aan het gebruik van persoonsgegevens die voor een bepaald doel zijn verzameld. De klant moet toestemming geven indien de gegevens ook voor andere zaken gebruikt gaan worden. Vraagt een klant een krediet aan dan moet deze informatie afgeven aan de kredietgever. De kredietgever mag deze gegevens nergens anders voor gebruiken dan voor dat ene doel waarvoor ze afgegeven zijn, namelijk het verstrekken van het krediet. Hij mag dit wel zodra de kredietnemer hiervoor toestemming geeft. |

